Samuel  Snoeck  

 

 Cornelia Petronella

      van  Loosen                  

     

    

                         

Hooft Kasteel St. George d’Elmina op de kust van Africa”

SLAVENHANDEL ENKHUIZEN

 

 

 

DE FAMILIE.
VERMOGEN.
BEHEERDERS.
LASTER.
WANBESTUUR.
KUNSTROVERS.
ERVEN.

 

 

 

deze afstammelingen vindt U terug in de Parenteel van Jan Lauerensz van Loosen (1550-1617)

          

Cornelia Petronella van Loosen,  (rijke erfdochter ) geboren 22 mei 1772,  overleden 20 juni 1846  (74 jaar), dochter van Dirk Elias van Loosen en Meynoutje Pan,  trouwt  op 8 april 1793  met

Samuel  Snoeck   (koopt  de naam Snouck van Loosen),   geboren 29 januari 1766,  Marine Officier,  Lid 2de Kamer  (op vermogen),  lid van de firma Gebr. Haak  Enkhuizen (reders en slavenhandelaars), overleden  27 mei 1839 (73 jaar) , zoon van  Mr. Matthijs Snoeck en Antonia Marcus.

Uit dit huwelijk:

1. Anthonia Meynoutje  Snouck van Loosen,  geboren 25 mei 1795, overleden  7 februari 1875 (79 jaar en ongehuwd);

2. Theodora Matthia Snouck van Loosen,  geboren 20 september 1797,

overleden  27 april 1845 (47 jaar) getrouwd op 26 april 1835 met Nicolaas Christoffel Quast van Rijnevelt;  

3. Susanna Aletta Elisabeth Snouck van Loosen,  gedoopt 26-10-1798,

overleden (13 jaar oud) en begraven 13-12-1811 (in de Westerkerk);

4. Cornelia Eva Wilhelmina Snouck van Loosen,  gedoopt 26 april 1801, overleden 31 oktober 1852 (51 jaar) getrouwd  op 30 mei 1828  met Jhr. Pieter Opperdoes Alewijn;

5. Arnoldina Ursula Snouck van Loosen, gedoopt 28 oktober 1803,

overleden 6 mei 1876 (72 jaar en ongehuwd);

6. Margaretha Maria Snouck van Loosen,  gedoopt  6 september 1807,

overleden 30 oktober 1885 (78 jaar oud en ongehuwd); zij was de laatste overlevende van het éénmalig geslacht Snouck van Loosen en vermaakte haar familievermogen  aan de burgers van Enkhuizen.  

Zo werd in het Snouck van Loosen Fonds , het enorme fortuin  verkregen met de handel in slaven  vanuit Enkhuizen en door middel van de West-Indische Compagnie en de particuliere handel  (uitrusten van eigen slavenschepen)  in handen gegeven van enkele families (Lakenman, Wendelaar en Van Leeuwen) als beheerders,  die  echter als eigenaren van dit Fonds optraden. Het besturen van het Snouck van Loosen Fonds gebeurde dusdanig slecht en onverantwoord, dat van dit eens machtige miljoenen fonds alleen nog een papieren belegging is overgebleven.

 

De drie ongehuwde zusters

woonden  van 1812 tot aan hun overlijden (1875, 1876 en 1885) in het huis op de Dijk te Enkhuizen en  werden de

“dames” genoemd